• Wethouders op de bres voor snelle hulp aan kwetsbare (migranten)jeugd

Het congres werd met een persoonlijke noot geopend door wethouder Bert Frings van de gemeente Nijmegen. De wethouder benadrukte dat 1 persoon het verschil kan maken voor de toekomst van een jongere, zoals hij zelf had ervaren door steun van zijn meester Spek.

Bert Frings, wethouder Zorg en Welzijn, is een van de trekkers vanuit de gemeente Nijmegen. Aan den lijve ondervond hij dat het spreekwoord ‘wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje’ niet altijd opgaat. ‘Als kind van een mijnwerkersgezin uit Geleen, was ik voorbestemd om naar de Lagere Technische School te gaan’, zo vertelt hij in de plenaire sessie. ‘De kinderen van de ‘beambten’ gingen naar de Mulo of de HBS. In de tweede klas ontmoette ik meester Spek, een jonge docent die zag dat ik eigenlijk heel goed kon leren. Hij zette me in het rijtje van de beambten kinderen. Meester Spek was bepalend voor mijn middelbare schooladvies en mijn latere carrière. Inmiddels zijn we bijna vijftig jaar verder en is er veel veranderd. De onderkant van onze samenleving is inmiddels verkleurd. Zestien procent van de Nederlandse bevolking is allochtoon en onevenredig verdeeld over de jeugdzorgketen en de reclassering. Een groot deel van die kinderen heeft ook nog een LVB problematiek. Ofwel een licht verstandelijke beperking. Ondanks ons goede Jeugdzorg aanbod is het ons dus gelukt die kinderen de misdaad in te drijven.’ Het roer moet om, als het aan Frings ligt. Het idee dat één persoon zoals meester Spek het verschil kan maken, ook voor migrantenjongeren, daar gelooft hij nog steeds heilig in. ‘Laten we daarom op zoek gaan naar andere manieren om allochtone kinderen meer kansen te geven. We moeten meer meester Speks vinden én meesters Ali, die het verschil kunnen maken. We moeten zorgen dat ze vanuit jeugdzorg een goed aanbod krijgen. Dat is mijn motivatie om me in te zetten voor het EIF-project.’

Niet alleen Bert Frings toonde zich een betrokken wethouder. Ook Leon Meijer, wethouder Jeugd in Ede, vertelde over het belang van een goede borging en het recente besluit in Ede om ambulante hulp indicatievrij te geven, zodat de jeugd snel de hulp krijgt die ze nodig heeft.

Signaleren en begeleiden van migrantenjongeren naar de Jeugd-GGZ, was het hoofddoel van het EIF-project in Ede. Om kwetsbare migrantengezinnen beter te bereiken en de kennis over intercultureel vakmanschap breder uit te dragen, zijn binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin vier functies geïntegreerd die deels buiten het CJG georganiseerd waren: de brugfunctie, de intermediair rol, coaching en intervisie en trainingen en workshops. In de afsluitende plenaire sessie vertelt Leon Meijer, wethouder Jeugd in Ede over dit project en over het belang van de borging. ‘Het gevaar van een pilot of project is altijd dat het een stille dood sterft. We zijn klaar, we vertellen elkaar dat het fantastisch was, we gaan weer verder met ons dagelijkse werk en dan blijkt dat er eigenlijk geen geld meer is. Daarom moeten we heel alert zijn op de borging. Twee weken geleden hebben we in Ede besloten de ambulante hulp indicatievrij te geven. Dus we stoppen met die lijsten en we gaan gewoon die hulp geven waar die nodig is. De decentralisatie van de zorg is wat dat betreft een voordeel. Natuurlijk worden we gekort, dat is jammer, maar tegelijkertijd zitten we er met zijn allen wel veel dichter op. We hebben veel nauwer contact met de professional en dat komt de zorg alleen maar ten goede.’